Veldonderzoek naar eetgedrag van bomen en struiken door koeien

Tijdens het Vanla project ‘Boomwal als apotheek voor vee en bron van biodiversiteit’ hebben 2 studentes van Van Hall Larenstein onderzoek gedaan naar het vreetgedrag van koeien aan bomen en struiken.

Dit onderzoek hebben ze uitgevoerd op de bedrijven van de familie Jelsma in Twijzel en de familie Hoeksma in Drogeham.

Hier een verkorte samenvatting van hun rapport, met de belangrijkste uitkomsten en conclusies.

Uitkomsten:

  • Braam en lijsterbes zijn zowel het meest beschikbaar als worden ook het meest gegeten;
  • Als een soort minder voorkomt, leidt dit meestal tot minder foerageren, behalve bij gewone vlier, wilg, sleedoorn en zomereik: die worden vaak gegeten in verhouding tot hun beschikbaarheid in de elzensingels.
  • Het snoepgedrag van de kuddes verandert met de tijd. Meidoorn werd eerder in de studieperiode gegeten, terwijl eik tegen het einde van de periode meestal werd gegeten.
  • De twee kuddes verschillen in hun keuze van de meest gegeten soorten en in het moment dat ze ervoor kiezen om ze op te eten. Bijvoorbeeld de kamperfoelie werd door de ene kudde aan het begin van de studie gegeten, door de andere pas aan het eind van de studieperiode.
  • De dekking van de struiklaag heeft een positief effect op het foerageergedrag: Een elzensingel/dykswal met een hogere vegetatiedichtheid ondersteunt meer foerageren, terwijl er met minder vegetatiedek minder wordt gefoerageerd.

Metadata

Categorie

Landbouwprodukten

Artikel

Web pagina

Uitgever

VANLA

Auteur(s)

Redactie Snoeivee

Project

Boomwal als apotheek voor vee en bron van biodiversiteit

Copyright

Financier